ECLI:NL:HR:1994:AA2991
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- De Moor
- C.H.M. Jansen
- Van der Putt-Lauwers
- Rechtspraak.nl
Cassatie over omzetbelasting bij terbeschikkingstelling van medisch personeel door stichting
Belanghebbende, een stichting die medisch en paramedisch personeel ter beschikking stelt aan ziekenhuizen en verzorgingsinstellingen, kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over het tijdvak mei tot oktober 1986. De aanslag werd gehandhaafd na bezwaar en bevestigd door het Gerechtshof Amsterdam. Belanghebbende stelde dat haar diensten onder de vrijstelling van artikel 11 lid 1 sub g Wet Pro OB vielen, vergelijkbaar met een eerder arrest over een besloten vennootschap.
De Hoge Raad oordeelde dat de diensten van belanghebbende bestaan uit het ter beschikking stellen van personeel en niet uit het verrichten van medische werkzaamheden zelf. Daarom vallen deze diensten niet onder de vrijstelling. Ook het verband tussen de arbeidskracht, belanghebbende en de instellingen was niet zodanig dat belanghebbende als tussenpersoon optrad volgens artikel 4 lid 3 Wet Pro OB.
Verder werd geoordeeld dat de door belanghebbende afgedragen premies werknemers- en volksverzekeringen niet als assurantiekosten in de zin van het Uitvoeringsbesluit omzetbelasting konden worden beschouwd, omdat deze premies geen bijkomende verzekeringsdienst vormen naast de eigenlijke prestatie. Ook de loonbelasting werd niet als uitschot van belasting aangemerkt. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en veroordeelde belanghebbende niet in proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de naheffingsaanslag omzetbelasting over het ter beschikking stellen van medisch personeel.