Uitspraak
[X]te
[Z]tegen de uitspraak van het
Gerechtshof te 's-Hertogenboschvan 3 juni 1993 betreffende de hem voor het jaar 1987 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
Belanghebbende, woonachtig in Nederland, ontving in 1987 een arbeidsongeschiktheidsrente (Rente wegen Erwerbsunfähigkeit) uit Duitsland, waar hij als werknemer verplicht verzekerd was op grond van de Reichsversicherungsordnung (RVO). Deze uitkering werd toegekend vanwege zijn dienstbetrekking en arbeidsongeschiktheid.
De Inspecteur legde een aanslag inkomstenbelasting op over het volledige bedrag van de ontvangen rente, welke na bezwaar en beroep gedeeltelijk werd verminderd door het Hof. Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen de uitspraak van het Hof.
De Hoge Raad oordeelde dat de rente, als een aanspraak die overeenkomt met een pensioenregeling, in Nederland belastbaar is als loon uit vroegere dienstbetrekking. Het feit dat premies in Duitsland niet aftrekbaar waren en mogelijk ook niet in Nederland, doet niet af aan de belastbaarheid van het volledige bedrag van de rente.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee de uitspraak van het Hof dat de volledige rente in de Nederlandse grondslag voor de inkomstenbelasting moet worden betrokken.
Proceskostenveroordeling werd niet toegewezen omdat de wettelijke voorwaarden daarvoor niet aanwezig waren.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de Duitse arbeidsongeschiktheidsrente in Nederland belastbaar is als loon uit vroegere dienstbetrekking.