ECLI:NL:HR:1995:AA1522
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- C.H.M. Jansen
- Van der Putt-Lauwers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt waarderingsmethode bij geruisloze inbreng landbouwgrond in BV
Belanghebbende bracht zijn agrarische onderneming, inclusief landbouwgrond, per 1 mei 1990 geruisloos in een besloten vennootschap (BV) in. De Inspecteur stelde bij de aanslag inkomstenbelasting 1990 dat de waarde van de landbouwgrond lager was dan door belanghebbende en de BV opgegeven, waardoor niet aan de voorwaarden van artikel 18 Wet Pro op de inkomstenbelasting 1964 was voldaan.
Het Gerechtshof Leeuwarden had de aanslag verminderd op basis van de door belanghebbende gehanteerde vrije waarde van de landbouwgrond, waarbij werd geoordeeld dat de waarde in het economische verkeer de prijs betreft die bij een geschikte aanbieding door de meest biedende gegadigde zou worden betaald.
De Staatssecretaris stelde in cassatie dat het Hof ten onrechte geen rekening had gehouden met een mogelijke onderrentabiliteit en de going concern-factor. De Hoge Raad verwierp dit middel en bevestigde dat de waardering van de landbouwgrond op basis van de vrije waarde passend is, ook indien sprake is van dreigende onderrentabiliteit.
De Hoge Raad wees het beroep af en gaf belanghebbende de gelegenheid zich uit te laten over proceskosten. Het arrest werd op 18 oktober 1995 uitgesproken door de genoemde raadsheren onder voorzitterschap van vice-president Jansen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de waardering van landbouwgrond op basis van de vrije waarde bij geruisloze inbreng.