ECLI:NL:HR:1995:AA1524
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- C.H.M. Jansen
- Van der Putt-Lauwers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt invorderingsrentebeschikking wegens onjuiste toepassing Resolutie
Belanghebbende, een besloten vennootschap, kreeg een beschikking tot invordering van invorderingsrente opgelegd naar aanleiding van verrekening van een teruggaaf vennootschapsbelasting met een voorlopige aanslag. Na bezwaar en beroep bij het hof werd de invorderingsrente gehandhaafd.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte het beroep op het vertrouwensbeginsel afwees. De relevante wetsbepaling (artikel 18 van Pro de Wet van 22 mei 1845) verbiedt niet dat een verlies uit een volgend jaar leidt tot verlaging van de invorderingsrente bij terugwenteling van verliezen uit eerdere jaren. De Resolutie van 1967, die soepelheid voorschrijft bij verrekening en het niet in rekening brengen van rente over teruggaafbedragen, is hier van toepassing.
De Hoge Raad vernietigt daarom het hofarrest en de beschikking van de ontvanger en gelast vergoeding van het griffierecht. Belanghebbende krijgt gelegenheid zich uit te laten over proceskosten. De uitspraak is gewezen door vijf raadsheren onder voorzitterschap van vice-president Jansen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest en de beschikking van de ontvanger en gelast vergoeding van het griffierecht.