ECLI:NL:HR:1999:AA2716
Hoge Raad
- Cassatie
- Van Brunschot
- Van Vliet
- Van Amersfoort
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep in cassatie tegen beschikking invorderingsrente op grond van Invorderingswet 1990
Belanghebbende kreeg een beschikking tot invordering van een bedrag aan invorderingsrente over het jaar 1989 opgelegd, welke na bezwaar door de ontvanger en het hof werd gehandhaafd. Belanghebbende stelde dat verliezen over latere jaren de invorderingsrente zouden moeten verminderen, maar het hof oordeelde dat artikel 28 lid 6 van Pro de Invorderingswet 1990 dit uitsluit.
Het hof ging niet in op alle door belanghebbende aangevoerde argumenten, maar dit werd niet als onbegrijpelijk of onjuist beoordeeld door de Hoge Raad. Ook het beroep op eerdere arresten werd door het hof terecht niet toegepast geacht, omdat de situaties niet vergelijkbaar waren.
De Hoge Raad bevestigde dat het hof een toereikende motivering gaf en dat de vermeende onzorgvuldigheden van de belastingdienst niet zodanig waren dat vernietiging van de beschikking gerechtvaardigd was. Het cassatieberoep werd verworpen en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt verworpen en de beschikking tot invordering van invorderingsrente wordt bevestigd.