ECLI:NL:HR:1995:AA1549
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Wildeboer
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer Herrmann
- raadsheer Fleers
- Rechtspraak.nl
Beoordeling navorderingsaanslag en cumulatie fiscale boete met strafrechtelijke vervolging
Belanghebbende was in 1985 werkzaam in dienstbetrekking en heeft steekpenningen aangenomen die niet zijn opgegeven in de aangifte inkomstenbelasting. De Inspecteur legde een navorderingsaanslag met een verhoging van 100% op, waarvan later 50% werd kwijtgescholden. Belanghebbende werd strafrechtelijk veroordeeld voor het aannemen van steekpenningen.
Na het onherroepelijk worden van het strafvonnis verzocht belanghebbende de Inspecteur om toepassing van artikel 18, lid 4, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) om de verhoging te laten vervallen. De Inspecteur handhaafde de aanslag en verhoging. Het Hof bevestigde dit oordeel en stelde dat de fiscale verhoging niet vervalt omdat het strafrechtelijke delict niet in het fiscale delict besloten ligt.
De Hoge Raad oordeelt dat artikel 18, lid 3, AWR cumulatie van fiscale boete en strafrechtelijke vervolging verbiedt alleen indien het strafrechtelijke delict in het fiscale delict besloten ligt, wat hier niet het geval is. De middelen van belanghebbende falen en het beroep wordt verworpen.
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor veroordeling in proceskosten en bevestigt het oordeel van het Hof.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de navorderingsaanslag met verhoging blijft gehandhaafd.