ECLI:NL:HR:1995:AA1569
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Wildeboer
- raadsheer Urlings
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer Herrmann
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over aftrek congresskosten universitaire hoofddocent
Belanghebbende, een universitair hoofddocent, maakte in 1990 kosten voor het bezoeken van congressen en cursussen ter waarde van ƒ 5.605,--. Hiervan betrof ƒ 3.744,50 kosten voor congressen waar hij als spreker en voorzitter optrad. Het hof oordeelde dat deze kosten volledig aftrekbaar waren omdat hij niet slechts bezoeker was, maar een actieve bijdrage leverde.
De Hoge Raad stelt dat het onderscheid dat het hof maakt tussen bezoeker en spreker niet uit de wet volgt. Artikel 36, lid 2, letter g, Wet op de inkomstenbelasting 1964 beperkt aftrek van congresskosten zonder onderscheid naar rol. Daarom kan slechts ƒ 3.250,-- van de gemaakte kosten als aftrekpost worden toegelaten.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof, behoudens het griffierecht, bevestigt de aanslag van de inspecteur en bepaalt dat een bedrag van ƒ 150,-- aan de Staatssecretaris van Financiën wordt terugbetaald. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de aanslag van de inspecteur en beperkt de aftrek van congresskosten tot ƒ 3.250,--.