ECLI:NL:HR:1994:AA2956
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Urlings
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer Herrmann
- raadsheer Fleers
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aftrekbaarheid van reiskosten opleiding in dienstbetrekking volgens Wet op de inkomstenbelasting 1964
Belanghebbende volgde in 1991 een opleiding die een volledige werkweek in beslag nam, waarvoor hij reiskosten tussen zijn woonplaats en het pension waar hij verbleef aftrok. Het hof oordeelde dat deze cursus als vervulling van de dienstbetrekking moest worden gezien en beperkte de aftrek tot een forfaitair bedrag. De Hoge Raad stelde dat de wetgever met artikel 36, lid 2, letter g, Wet op de inkomstenbelasting 1964 een kwantitatief criterium hanteert voor aftrekbaarheid, ongeacht de aard of duur van de cursus.
De Hoge Raad oordeelde dat alleen de reizen die direct verband houden met het volgen van de cursus als aftrekbaar kunnen worden beschouwd en dat voor deze reizen de werkelijke kosten in aanmerking moeten worden genomen in plaats van het forfait. De overige reizen voor gezinsbezoek zijn aftrekbaar volgens het hof.
De zaak wordt vernietigd en terugverwezen naar het hof voor verdere behandeling en vaststelling van de aftrekbare kosten. Belanghebbende krijgt gelegenheid zich uit te laten over proceskosten. Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren in raadkamer op 5 oktober 1994.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest en verwijst de zaak terug voor nadere vaststelling van de aftrekbare reiskosten.