ECLI:NL:HR:1995:AA1570
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- C.H.M. Jansen
- Van der Putt-Lauwers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt heffingsrente aanslag vennootschapsbelasting 1988 ondanks beroep belanghebbende
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1988 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd met een heffingsrente van ƒ 55.975,--. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur deze aanslag. Belanghebbende ging in beroep bij het Hof Amsterdam, dat de aanslag enkelvoudige belasting handhaafde maar de beschikking inzake heffingsrente vernietigde.
Zowel belanghebbende als de Staatssecretaris van Financiën stelden cassatieberoep in tegen het hofarrest. De Hoge Raad oordeelde dat de middelen van belanghebbende niet tot cassatie konden leiden, maar het middel van de Staatssecretaris wel slaagde.
De Hoge Raad stelde vast dat belanghebbende in haar aangifte niet duidelijk het plafond van de egalisatiereserve had vermeld, waardoor de Inspecteur niet de juiste gegevens had om een voorlopige aanslag te bepalen. Hierdoor kon het hofarrest niet in stand blijven voor het deel over de heffingsrente.
De Hoge Raad vernietigde het hofarrest voor dat deel en bevestigde de beschikking van de Inspecteur inzake heffingsrente. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het arrest werd op 17 mei 1995 uitgesproken door de genoemde raadsheren onder voorzitterschap van vice-president R.J.J. Jansen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de heffingsrente bij de aanslag vennootschapsbelasting 1988 en vernietigt het hofarrest voor zover het de heffingsrente betreft.