ECLI:NL:PHR:1999:AA2676
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vennootschapsbelastingplicht en vermogensetikettering van een pensioenfondsstichting
De zaak betreft het beroep in cassatie van Stichting X tegen het arrest van het Hof Amsterdam van 11 maart 1997 over de vennootschapsbelasting 1992. De kern van het geschil is of bepaalde vermogensbestanddelen van de stichting niet tot het ondernemingsvermogen behoren en of dat leidt tot heffingsrente.
Stichting X stelde dat zij naast pensioenactiviteiten ook ideële activiteiten verrichtte en vermogen belegde voor deze ideële doeleinden. De Inspecteur betwistte dit en stelde dat de statutaire doelstelling uitsluitend pensioenactiviteiten omvatte en dat het gehele vermogen aan die onderneming toebehoorde. Het Hof oordeelde dat de stichting geen andere activiteiten dan het drijven van een onderneming had en dat het gehele vermogen ondernemingsvermogen was.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het Hof dat de stichting een onderneming drijft in de zin van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 en dat het vermogen niet gesplitst kan worden in ondernemings- en niet-ondernemingsvermogen, omdat de feitelijke activiteiten uitsluitend pensioenvoorzieningen betreffen. Ook werd geoordeeld dat het feit dat het vermogen de contante waarde van de pensioenverplichtingen overtreft, niet betekent dat er sprake is van overtollig vermogen. Ten aanzien van de heffingsrente concludeerde de Procureur-Generaal dat de gegevens in de aangifte voldoende duidelijk waren vermeld zodat geen heffingsrente verschuldigd is.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat Stichting X vennootschapsbelastingplichtig is voor haar pensioenactiviteiten en dat het gehele vermogen ondernemingsvermogen is; heffingsrente wordt niet geheven.