ECLI:NL:HR:1995:AA1580
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Wildeboer
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer Herrmann
- raadsheer Fleers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt oordeel Hof over aanslag inkomstenbelasting en rentekosten
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1984 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd die na bezwaar door de Inspecteur werd verminderd. Tegen deze uitspraak ging belanghebbende in beroep bij het Hof Amsterdam, dat de aanslag verder verminderde en oordeelde over de fiscale behandeling van betaalde rente in verband met een borgtocht.
In cassatie richtte belanghebbende zich tegen het oordeel van het Hof dat de betaalde borgtocht-rente niet als betaalde rente op onzuiver inkomen kon worden afgetrokken op grond van artikel 45 van Pro de Wet op de inkomstenbelasting 1964. De Hoge Raad oordeelde dat de rente niet verschuldigd was aan de schuldeiser maar door de hoofdschuldenaar, zodat geen persoonlijke verplichting van belanghebbende bestond.
Verder bevestigde de Hoge Raad het feitelijke oordeel van het Hof dat sprake was van een aanmerkelijk belang in aandelen, zodat de belastingheffing terecht was toegepast. De Hoge Raad wees het cassatieberoep af en veroordeelde belanghebbende niet in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het Hof bevestigd.