ECLI:NL:HR:1995:AA1581
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- De Moor
- C.H.M. Jansen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt zesjarige afschrijving melkquotum in belastingpremieheffing
Belanghebbende exploiteerde in 1988 een rundvee- en varkenshouderij in maatschapsverband en kocht toen een melkquotum dat als zelfstandig bedrijfsmiddel werd geactiveerd op de fiscale balans. De vraag was of dit melkquotum over vier of zes jaren moest worden afgeschreven. Belanghebbende koos voor vier jaren, gebaseerd op de formele looptijd van de quoteringsregeling tot 1 april 1992.
De Inspecteur en het Gerechtshof stelden echter dat een afschrijving over zes jaren moest plaatsvinden, omdat de marktprijzen en het marktoordeel een langere terugverdienperiode van minstens zes jaren impliceerden. Het hof oordeelde dat de formele looptijd van de regeling ondergeschikt was aan de marktverwachtingen en dat een kortere afschrijving in strijd was met goed koopmansgebruik.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het cassatieberoep van belanghebbende. De Hoge Raad stelde vast dat het hof op basis van de feiten en omstandigheden ten tijde van de balansdatum terecht had geoordeeld dat het melkquotum gedurende ten minste zes jaren nut zou afwerpen voor de onderneming. Er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat het melkquotum fiscaal over zes jaren moet worden afgeschreven en wijst het cassatieberoep af.