ECLI:NL:HR:1995:AA1593
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Wildeboer
- raadsheer Urlings
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer Fleers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt loonbelastingheffing op vergoedingen aan musici bij jamsessions
X BV exploiteerde in 1987 en 1988 een discotheek waar jamsessions werden georganiseerd. Tijdens deze sessies traden musici op en ontvingen zij vergoedingen zonder dat loonbelasting werd ingehouden. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag loonbelasting op, welke na bezwaar werd gehandhaafd. Het Gerechtshof Amsterdam vernietigde deze uitspraak deels en matigde de aanslag, omdat het aannemelijk was dat sommige vergoedingen slechts onkostenvergoedingen betroffen.
Beide partijen stelden cassatieberoepen in tegen het arrest van het Hof. De Hoge Raad oordeelde dat de vergoedingen aan musici die slechts hun werkelijke kosten vergoed kregen niet als loon in de zin van de Wet op de loonbelasting 1964 konden worden aangemerkt. Het Hof had terecht geoordeeld dat sprake was van overeenkomsten van korte duur met artiesten die een artistieke prestatie leverden. De toepassing van het verhoogde belastingtarief voor anonieme werknemers was eveneens terecht.
De Hoge Raad verwierp de middelen van X BV en de Staatssecretaris en bevestigde dat de loonbelastingheffing op de vergoedingen aan de musici correct was toegepast, behoudens de onkostenvergoedingen aan studenten die niet als loon werden beschouwd. De procedurekosten werden niet aan X BV opgelegd, maar de Staatssecretaris kreeg gelegenheid zich uit te laten over proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp de cassatieberoepen en bevestigde de loonbelastingheffing op vergoedingen aan musici, met uitzondering van onkostenvergoedingen aan studenten.