ECLI:NL:PHR:1995:AA1593
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over loonbelastingheffing bij jamsessions in discotheek
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam inzake loonbelastingheffing over vergoedingen aan musici die deelnamen aan jamsessions in een discotheek van X BV.
De belanghebbende exploiteert een discotheek waar in 1987 en 1988 jamsessions werden georganiseerd. De musici ontvingen vergoedingen tussen ƒ300 en ƒ450 per sessie, zonder dat loonbelasting werd ingehouden. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag loonbelasting op, waarbij de bedragen werden brutering en het tarief van 40% werd toegepast zonder aftrek voor kosten.
Het Hof oordeelde dat tussen de belanghebbende en de musici een arbeidsverhouding bestond die gelijkstaat aan een dienstbetrekking, maar paste een kostenaftrek toe voor sommige deelnemers. De belanghebbende en de Staatssecretaris stelden cassatieberoep in met verschillende middelen, onder meer over de kwalificatie van de arbeidsverhouding, de aard van de vergoedingen en de toepassing van het anoniementarief.
De Hoge Raad verwierp alle middelen en bevestigde dat de vergoedingen als loon kunnen worden aangemerkt indien zij een beloning voor de arbeid vormen en dat het Hof de bewijslast en feiten juist heeft beoordeeld. Ook werd bevestigd dat de regeling voor artiesten met een overeenkomst van korte duur van toepassing is en dat het anoniementarief terecht kan worden toegepast indien de artiest geen juiste gegevens verstrekt.
De conclusie van de Procureur-Generaal luidde tot verwerping van beide beroepen, waarmee de loonbelastingheffing standhoudt.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de vergoedingen aan musici tijdens jamsessions als loon kunnen worden aangemerkt en dat de loonbelastingheffing terecht is toegepast.