ECLI:NL:HR:1995:AA1638
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Wildeboer
- raadsheer Urlings
- raadsheer Herrmann
- raadsheer Fleers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat wijziging deelgerechtigdheid geen scheiding is voor overdrachtsbelasting
Belanghebbende en haar partner verkregen gezamenlijk een pand bestaande uit twee bouwkundig verbonden woningen. Bij een latere akte werd de eigendom juridisch gesplitst in twee gedeelten, waarbij belanghebbende haar aandeel in het pand vergrootte door aankoop van een deel van haar partner. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting op, welke na bezwaar en beroep door het Hof werd bevestigd.
De Hoge Raad bevestigt dat de wijziging van de deelgerechtigdheid in het onroerend goed niet kan worden aangemerkt als een civielrechtelijke scheiding in de zin van artikel 15, lid 1, letter g, van de Wet op belastingen van rechtsverkeer. Dit omdat niet aan het vereiste is voldaan dat een of meer deelgenoten met uitsluiting van anderen goederen van de gemeenschap verkrijgen.
De uitspraak verduidelijkt dat de wetgever het civielrechtelijke scheidingsbegrip hanteert en dat een wijziging van deelgerechtigdheid niet onder de vrijstelling valt. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de naheffingsaanslag. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de naheffingsaanslag overdrachtsbelasting.