ECLI:NL:HR:1995:AA3077
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Wildeboer
- raadsheer Urlings
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer Herrmann
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat poloshirts van leraar lichamelijke opvoeding werkkleding zijn voor belastingaftrek
De zaak betreft een cassatieberoep van de Staatssecretaris van Financiën tegen een uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage, waarin de aanslag inkomstenbelasting over 1990 voor een leraar lichamelijke opvoeding werd verminderd. De belanghebbende had kosten voor poloshirts als werkkleding opgevoerd, welke hij uitsluitend tijdens zijn beroepsuitoefening gebruikte.
De Inspecteur had deze aftrek geweigerd omdat poloshirts volgens hem algemene kleding waren die niet wezenlijk verschilden van sportkleding buiten de werksfeer. Het Hof oordeelde echter dat de poloshirts sportkleding vormden en daarmee als werkkleding konden worden aangemerkt op grond van een persbericht van de Staatssecretaris uit 1992, waarin werd gesteld dat sportkleding van beroepssporters en leraren lichamelijke opvoeding aftrekbaar kan zijn.
De Hoge Raad bevestigt dat het begrip werkkleding moet worden uitgelegd als speciale kleding waarvan het gebruik door de aard van het beroep wordt geboden, ook al kan dergelijke kleding in de mode raken. De Hoge Raad acht het oordeel van het Hof niet onbegrijpelijk dat de poloshirts als werkkleding kunnen gelden en verwerpt het cassatieberoep. Tevens wordt belanghebbende in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat poloshirts van een leraar lichamelijke opvoeding als werkkleding kunnen worden beschouwd voor belastingaftrek.