ECLI:NL:PHR:1995:AA3077
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aftrekbaarheid kosten poloshirts als werkkleding voor leraar lichamelijke opvoeding
De zaak betreft een cassatieberoep van de staatssecretaris van Financiën tegen een uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage over de aftrekbaarheid van kosten voor poloshirts als werkkleding door een leraar lichamelijke opvoeding.
De belanghebbende, werkzaam als consulent/leraar lichamelijke opvoeding, bracht kosten voor de aanschaf van poloshirts in aftrek als kosten van verwerving van inkomsten. De Inspecteur weigerde deze aftrek omdat hij van mening was dat poloshirts niet als werkkleding konden worden aangemerkt volgens art. 36 lid 1 onder Pro f Wet IB 1964. Het Hof oordeelde echter dat de poloshirts sportkleding vormden die, gelet op een persbericht van het Ministerie van Financiën, wel als werkkleding konden worden beschouwd.
De staatssecretaris voerde in cassatie aan dat het Hof ten onrechte de poloshirts als werkkleding had aangemerkt, omdat deze ook buiten de beroepsuitoefening worden gedragen. De Hoge Raad overwoog dat het begrip werkkleding moet worden uitgelegd als speciale kleding waarvan het gebruik door de aard van het beroep wordt geboden. Verder stelde de Hoge Raad dat beleidsregels en persberichten van de staatssecretaris als recht in de zin van art. 99 RO Pro kunnen worden aangemerkt en dat het persbericht duidelijk maakte dat sportkleding van leraren lichamelijke opvoeding als werkkleding kan gelden.
De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel en bevestigde daarmee het oordeel van het Hof dat de poloshirts als werkkleding kunnen worden aangemerkt, mits zij speciaal geschikt zijn voor de beroepsuitoefening en uitsluitend daarvoor worden gebruikt.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat poloshirts die uitsluitend tijdens beroepsuitoefening worden gedragen, als werkkleding kunnen worden aangemerkt.