ECLI:NL:HR:1995:AA3143
Hoge Raad
- Cassatie
- Urlings
- Herrmann
- C.H.M. Jansen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en verwijzing van naheffingsaanslag loonbelasting wegens onvoldoende motivering brutering
Belanghebbende, een besloten vennootschap, kreeg voor het jaar 1990 een naheffingsaanslag loonbelasting opgelegd wegens betalingen aan niet bij naam bekende werknemers zonder inhouding van loonbelasting. De Inspecteur had de nettolonen van ƒ 12.637,-- gebruteerd tot een brutoloon van ƒ 40.554,-- en daarop het tarief van anonieme werknemers toegepast.
Het hof bevestigde de naheffingsaanslag, maar de Hoge Raad stelt vast dat het hof onvoldoende heeft onderzocht of de Inspecteur de brutering correct heeft uitgevoerd. De stelling van belanghebbende dat de namen van werknemers wel bekend waren, kan in cassatie niet worden onderzocht omdat dit een feitelijke beoordeling vereist.
De Hoge Raad oordeelt dat de berekening van de brutering twijfel oproept en dat het hof zich daarvan had moeten vergewissen. Omdat dit niet is gebeurd, kan het arrest van het hof niet in stand blijven en wordt de zaak verwezen naar een ander hof voor verdere behandeling.
De Hoge Raad wijst proceskostenveroordeling af en gelast vergoeding van de griffierechten aan belanghebbende. Het arrest is uitgesproken op 22 november 1995.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak voor verdere behandeling terug naar het Gerechtshof te Amsterdam.