Conclusie
1.Inleiding
2.De feiten en het geding in feitelijke instantie
De feiten
waardevan de
omzet’ (onderstreping door Hof) voor een te hoog bedrag in de Administratie voorkomt (als van de hypothese zou worden uitgegaan dat de omzet voor een juist bedrag in de Administratie zou zijn verwerkt), maar dat de winst nog steeds op basis van de kostprijs van de ‘inkopen’ - conform de tabel onder 5.3.2 (rij 1) - kan worden geschat. De inspecteur - zo begrijpt het Hof - gebruikt evenvermeld citaat als een extra argument voor de conclusie dat de Administratie onbetrouwbaar is.
3.Het geding in cassatie
4.Wet- en regelgeving, wetsgeschiedenis, jurisprudentie en literatuur
Wetgeving
5.Beoordeling van de cassatiemiddelen
- de onherroepelijke veroordeling van een van de firmanten voor het vervalsen van inkoopbonnen in de administratie van de VOF;
- de aard en omvang van zes door de Inspecteur aannemelijk gemaakte tekortkomingen, ieder afzonderlijk maar ook tezamen. Het gaat hier om 1) het ontbreken van een kasboek, 2) mutaties die niet op de juiste datum zijn geboekt, 3) te summiere omschrijvingen van ingekochte goederen op de inkoopbonnen, 4) het niet opnemen van alle uitgeschreven inkoopbonnen in de administratie, 5) het overigens niet op een adequate wijze administreren van de voorraden en goederenstroom in de onderneming en 6) wisselende brutowinstpercentages.