ECLI:NL:HR:1995:AA3175
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- C.H.M. Jansen
- Van der Putt-Lauwers
- Rechtspraak.nl
Beoordeling investeringsaftrek voor verhuurde videobanden en compactdiscs
X B.V. kreeg voor het jaar 1990 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd die zij betwistte. Na bezwaar en beroep bij het Hof 's-Hertogenbosch werd de aanslag gehandhaafd. De Hoge Raad behandelt het cassatieberoep van X B.V. tegen deze uitspraak.
Het Hof oordeelde dat de aankoop van videobanden en compactdiscs door X B.V., bestemd voor verhuur aan klanten, niet als investering in bedrijfsmiddelen geldt die hoofdzakelijk ter beschikking worden gesteld aan derden. Hierdoor zijn deze niet vatbaar voor investeringsaftrek op grond van artikel 11, lid 5, onderdeel b, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964.
X B.V. stelde dat eerdere parlementaire vragen en antwoorden de indruk hadden gewekt dat ook roerende zaken zoals videobanden en compactdiscs voor investeringsaftrek in aanmerking kwamen. De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het Hof dat deze publicatie alleen betrekking had op gebouwen en installaties en dat het beroep op het gelijkheidsbeginsel niet slaagt omdat de situatie van X B.V. niet vergelijkbaar is met die van ondernemers die gebouwen en installaties ter beschikking stellen.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en wijst proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van X B.V. wordt verworpen en de aanslag vennootschapsbelasting gehandhaafd.