ECLI:NL:HR:1997:AA2103
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Van der Putt-Lauwers
- Van Brunschot
- Meij
- Rechtspraak.nl
Beoordeling investeringsaftrek voor verhuur Canadese kano's en punters als schepen
Belanghebbende exploiteert een onderneming waarbij Canadese kano's en punters aan toeristen worden verhuurd. Voor het jaar 1992 werd hem een aanslag opgelegd waarbij investeringsaftrek voor deze vaartuigen werd geweigerd. Na bezwaar en beroep bij het Hof Arnhem werd deze weigering bevestigd. Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak.
De kern van het geschil betrof de vraag of de kano's en punters als bedrijfsmiddelen konden worden aangemerkt die recht geven op investeringsaftrek. Het Hof oordeelde dat deze vaartuigen als schepen in de zin van artikel 11, lid 5, aanhef en onderdeel g, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 moesten worden beschouwd en dat investeringsaftrek daarom uitgesloten was. Dit oordeel werd door de Hoge Raad bevestigd.
De Hoge Raad overwoog dat de term schepen in de wet en jurisprudentie ruim moet worden geïnterpreteerd en ook kleine vaartuigen zoals kano's en punters omvat, ongeacht het spraakgebruik dat deze als 'boten' zou aanduiden. Tevens werd bevestigd dat roerende zaken die bestemd zijn om aan derden ter beschikking te worden gesteld, zoals verhuurde kano's, uitgesloten zijn van investeringsaftrek. Het beroep werd verworpen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; investeringsaftrek wordt geweigerd voor verhuurde kano's en punters als schepen.