Uitspraak
[verdachte] . geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1958, wonende te [geboortedatum] .
1.De bestreden uitspraak
2.Het cassatieberoep
3.De conclusie van het Openbaar Ministerie
4.Telastelegging bewezenverklaring en bewijsvoering
Ik heb op 8 juli 1993 te [geboortedatum] twee ruitjes van de voordeur van [betrokkene] vernield. Ik heb met een "vuistje" ruitjes ingeslagen. Ik deed dat met opzet omdat ik boos was op de vriendin van [betrokkene] .
Op B juli 1993 zag mijn vriendin dat [verdachte] (het hof leest: [verdachte] ) met kracht met behulp van een hamer ruitjes van de voordeur van mijn woning insloeg. Die ruitjes zijn mijn eigendom. Ik gaf aan niemand het recht of toestemming tot het plegen van dit feit."
5.Motivering van de bestreden uitspraak
6.Voorafgaande beschouwingen
7.Beoordeling van het middel
8.Slotsom
9.Beslissing
c.De tekst van de bewezenverklaring behoeft niet met de bewoordingen van de telastelegging overeen te stemmen: de rechter mag op de grondslag van de telastelegging uit hetgeen hij wettig en overtuigend bewezen heeft geacht de delictsbestanddelen afleiden.