ECLI:NL:HR:1996:AA1705
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- Van der Putt-Lauwers
- Van Brunschot
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest over aanslag vennootschapsbelasting en verwijst terug voor nadere motivering
Belanghebbende, een besloten vennootschap, kreeg voor 1983 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd op een geschat belastbaar bedrag van ƒ 200.000,--. De Inspecteur had de aanslag gebaseerd op een rendement van 10% van het vermogen, gesteld op ƒ 3.500.000,--, dat bestond uit aandelen in twee andere vennootschappen. Belanghebbende had geen aangifte ingediend en bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard. Het Hof Amsterdam vernietigde deze niet-ontvankelijkheidsverklaring, handhaafde de aanslag deels en vernietigde de verhoging.
In cassatie stelde belanghebbende dat de schatting van de Inspecteur onjuist was. Het Hof had geoordeeld dat belanghebbende onvoldoende had aangetoond dat haar vermogen lager was dan de door de Inspecteur gestelde ƒ 3.500.000,-- en dat de geschatte nettowinst niet te hoog was. De Hoge Raad oordeelde echter dat de schatting van de Inspecteur zonder nadere motivering niet redelijk was, omdat niet aannemelijk was dat er een dividend van 10% was uitgekeerd op de aandelen die nog niet onder de deelnemingsvrijstelling vielen.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest van het Hof, met uitzondering van de beslissing over het griffierecht, en verwees de zaak naar het Hof Den Haag voor verdere behandeling en beslissing. Tevens werd de Staatssecretaris van Financiën veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van belanghebbende.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest Hof Amsterdam en verwijst zaak terug naar Hof Den Haag voor nadere behandeling.