ECLI:NL:GHSHE:2011:BV6151
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen aansprakelijkstelling en naheffingsaanslag loonbelasting na faillissement
Belanghebbende was samen met zijn partner aandeelhouder en bestuurder van A B.V., dat failliet werd verklaard op 17 februari 1998. Bij een aansprakelijkheidsonderzoek bleek dat essentiële administratiedocumenten ontbraken, waaronder loonadministratie, kasboek en verkoopfacturen. Op grond hiervan werd belanghebbende hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor naheffingsaanslagen loonbelasting en boetebeschikkingen.
Belanghebbende betwistte de aanslagen en stelde onder meer dat de bewijslast ten onrechte was omgekeerd en dat de naheffingsaanslag onjuist was vastgesteld. Het Hof oordeelde dat de bewijslast terecht was omgekeerd vanwege het niet voldoen aan administratieve verplichtingen en het niet doen van de vereiste aangiften. De Inspecteur had met schermprints en overige stukken aannemelijk gemaakt dat de naheffingsaanslag terecht was opgelegd.
Het Hof verwierp verzoeken om heropening van het onderzoek en bewijsaanbiedingen van belanghebbende, onder meer omdat essentiële documenten ontbraken en getuigen niet meer betrouwbaar konden verklaren. Ook werd geoordeeld dat de boetebeschikking terecht was gehandhaafd. Het hoger beroep van belanghebbende en het incidenteel hoger beroep van de Inspecteur werden ongegrond verklaard. Het Hof gelastte terugbetaling van een te hoog geheven griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslagen en boetebeschikkingen worden bevestigd.