ECLI:NL:HR:1996:AA1717
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Van der Putt-Lauwers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof inzake navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1988
Belanghebbende verkocht in 1988 zijn aandelen in een vennootschap en behaalde daarmee een winst uit aanmerkelijk belang die niet was aangegeven. De Inspecteur legde een navorderingsaanslag op. Het Hof handhaafde deze aanslag en beperkte de kwijtschelding van de verhoging.
In cassatie stelde belanghebbende dat geen nieuw feit bestond dat navordering rechtvaardigde en dat sprake was van ambtelijk verzuim. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof ten onrechte niet had vastgesteld of een renseignement over de aandelenoverdracht binnen redelijke termijn in het dossier van belanghebbende was opgenomen.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het Hof en verwees de zaak naar het Hof Amsterdam voor verdere behandeling met inachtneming van de motieven van het arrest. Tevens werd bepaald dat de Staatssecretaris van Financiën het griffierecht van belanghebbende moet vergoeden en werd de Staatssecretaris veroordeeld in de helft van de proceskosten voor rechtsbijstand.
Uitkomst: Het arrest van het Hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het Hof Amsterdam voor verdere behandeling.