ECLI:NL:HR:1996:AA1734
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- De Moor
- Van der Putt-Lauwers
- Van Brunschot
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt redelijke wetstoepassing bij temporisering investeringsbijdragen en desinvesteringsbetalingen
In deze zaak stond de navorderingsaanslag vennootschapsbelasting over 1988 op de rol, opgelegd aan een commanditaire vennootschap die investeringsbijdragen had ontvangen en desinvesteringsbetalingen moest doen vanwege de verkoop van bedrijfsmiddelen.
De navorderingsaanslag betrof een vermeerdering van de belasting met 80% van de investeringsbijdragen die met de desinvesteringsbetalingen waren verrekend. Het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch vernietigde deze aanslag, omdat het oordeelde dat een redelijke wetstoepassing het terugvorderen van nog niet daadwerkelijk ontvangen investeringsbijdragen in de situatie van desinvesteringsbetalingen niet rechtvaardigt.
De Staatssecretaris stelde hiertegen cassatieberoep in, stellende dat de redelijke wetstoepassing slechts geldt indien de investeringsbijdrage nog niet volledig was verrekend en vervolgens met een desinvesteringsbetaling van hetzelfde bedrijfsmiddel werd verrekend. De Hoge Raad verwierp dit middel en bevestigde dat de wetgever niet heeft beoogd dat ondernemers investeringsbijdragen moeten terugbetalen die zij nog niet daadwerkelijk hebben ontvangen.
De Hoge Raad benadrukte dat de temporiseringsregeling bedoeld is om ondernemers te beschermen tegen voorfinanciering van investeringsbijdragen in verliesjaren en dat de redelijke wetstoepassing in deze zaak terecht door het Hof is toegepast. Het beroep van de Staatssecretaris werd verworpen en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de navorderingsaanslag niet in stand kan blijven vanwege redelijke wetstoepassing bij temporisering investeringsbijdragen.