ECLI:NL:HR:1996:AA1736
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- Zuurmond
- C.H.M. Jansen
- Fleers
- Pos
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt belastingheffing over vervreemding tijdelijk vruchtgebruik aandelen
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1989 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd over een belastbaar inkomen van ƒ 248.573,-. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd de aanslag verminderd tot een belastbaar inkomen waarbij een bedrag van ƒ 76.500,- werd belast als bijzondere inkomsten uit vervreemding van tijdelijk vruchtgebruik op aandelen.
De Hoge Raad beoordeelde in cassatie of deze kwalificatie van de transacties correct was. Het Hof had geoordeeld dat belanghebbende reeds bij aankoop van de blote eigendom van de aandelen had besloten deze vrijwel direct te verkopen, waardoor de koop en verkoop als één vervreemding van het tijdelijk vruchtgebruik moesten worden gezien. Dit oordeel werd door de Hoge Raad bevestigd.
De Hoge Raad benadrukte dat voor de belastingheffing niet de juridische vorm van de transacties doorslaggevend is, maar de economische realiteit. De klacht dat het om twee afzonderlijke overeenkomsten zou gaan, faalde daarom. De Hoge Raad wees het beroep af en veroordeelde belanghebbende niet in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de belastingheffing over het vervreemde tijdelijk vruchtgebruik.