ECLI:NL:HR:1996:AA1761
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geen verliesverrekening na staking onderneming in 1987
X B.V. kreeg voor het jaar 1989 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd over een belastbaar bedrag van ƒ 1.926.530,--. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd de aanslag gehandhaafd. De kern van het geschil betrof de vraag of de vennootschap haar verlies uit 1983 mocht verrekenen, waarbij het Hof oordeelde dat de onderneming in 1987 geheel of gedeeltelijk was gestaakt, waardoor verliesverrekening volgens artikel 20, lid 5, Wet op de vennootschapsbelasting 1969 niet mogelijk was.
De Hoge Raad overwoog dat de na februari 1987 resterende activiteiten van zodanig bijkomstige aard waren dat deze binnen de marge van een nagenoeg geheel gestaakte onderneming vielen. Het hof mocht ook de wil van de voormalige aandeelhouder betrekken bij de beoordeling. De Hoge Raad vond geen onjuiste rechtsopvatting of onvoldoende motivering in het oordeel van het Hof en verwierp het cassatieberoep.
De Hoge Raad achtte geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en stelde het arrest op 4 december 1996 in het openbaar vast.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat geen verliesverrekening mogelijk is omdat de onderneming in 1987 is gestaakt.