ECLI:NL:RBARN:2011:BP2418
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Verzekeringsplicht volksverzekeringen voor rijnvarende werkzaam op schip met Nederlandse eigenaar
Eiser was in 2006 als matroos werkzaam op een motortankschip dat eigendom is van een Nederlandse vennootschap, terwijl hij in dienst was bij een Luxemburgse onderneming. Het schip beschikte over een Rijnvaartverklaring waarbij de Nederlandse vennootschap als eigenaar werd genoemd, maar de exploitant niet was ingevuld. Eiser stelde dat de Luxemburgse vennootschap de exploitant was en dat daarom de Luxemburgse sociale zekerheidswetgeving van toepassing was.
De rechtbank onderzocht het toepasselijke recht op grond van het Rijnvarendenverdrag en het Besluit uitbreiding en beperking verzekerden volksverzekeringen 1999. Uit de feiten en de vennootschapsbelastingaangifte bleek dat de Nederlandse vennootschap als exploitant van het schip moest worden aangemerkt, ondanks een overeenkomst waarbij de Luxemburgse vennootschap nautisch-technische taken uitvoerde tegen een vergoeding.
De rechtbank concludeerde dat de Nederlandse wetgeving van toepassing is en dat eiser als ingezetene in Nederland premieplichtig is voor de Nederlandse volksverzekeringen. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard. Tevens werd het beroep op het vertrouwensbeginsel afgewezen omdat de brieven waarop eiser zich beroept niet specifiek op zijn situatie van toepassing waren.
Uitkomst: Eiser is verzekerd en premieplichtig voor de Nederlandse volksverzekeringen; beroep ongegrond verklaard.