ECLI:NL:HR:1996:AA1762
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- Van Brunschot
- Meij
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt navorderingsaanslag inkomstenbelasting na overdracht landbouwonderneming met woning in huur
Belanghebbende droeg per 31 december 1991 zijn landbouwonderneming over aan zijn zoon, waarbij het woongedeelte van de boerderij door hem en zijn echtgenote werd gehuurd. De Inspecteur legde een navorderingsaanslag op op basis van de waarde van de woning in vrij opleverbare staat, wat het Hof bevestigde.
Het geschil betrof of het verschil in waarde tussen de woning in vrij opleverbare staat en in bewoonde staat tot de winst van belanghebbende moest worden gerekend. Het Hof verwierp het beroep op een eerder arrest van de Hoge Raad en oordeelde dat het huurrecht geen waarde vertegenwoordigde die de stakingswinst zou drukken.
De Hoge Raad stelde echter vast dat de duurzame zelfbewoning een relevante omstandigheid is die de waarde van de woning beïnvloedt. Daarom moet bij de winstberekening worden uitgegaan van de waarde in bewoonde staat. De navorderingsaanslag en de daarop gebaseerde uitspraken werden vernietigd.
Daarnaast veroordeelde de Hoge Raad de Staatssecretaris van Financiën tot vergoeding van de proceskosten van belanghebbende, inclusief griffierechten en kosten voor rechtsbijstand, en wees de Staat aan als de partij die de kosten voor het Hof moet vergoeden.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de navorderingsaanslag en bepaalt dat de woningwaarde in bewoonde staat moet worden genomen.