ECLI:NL:GHAMS:2012:BV9877
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J. den Boer
- E.F. Faase
- A.M. van Amsterdam
- Rechtspraak.nl
Beoordeling waarde praktijkruimte bij beëindiging terbeschikkingstelling in inkomstenbelasting
Belanghebbende, eigenaar van een woning met praktijkruimte die aan zijn BV ter beschikking was gesteld, stelde dat de waarde van het souterrain bij staking van de onderneming verminderd moest worden wegens zelfbewoning en andere waardedrukkende factoren. De praktijkruimte was tot 1 juli 2007 verhuurd aan de BV, waarna de dochter van belanghebbende er kortstondig ging wonen.
De rechtbank oordeelde dat het souterrain op het moment van overgang naar het privévermogen niet duurzaam bewoond was en dat de waarde in het economische verkeer zonder waardedruk moest worden gehanteerd. Het beroep op een waardevermindering van 35% wegens zelfbewoning en op het gelijkheidsbeginsel faalde. Het Hof bevestigde deze uitspraak, overwegende dat de datum van beëindiging van de terbeschikkingstelling niet gelijk is aan de datum van staking in de boekhouding, en dat de praktijkruimte als zelfstandig vermogensbestanddeel moet worden gewaardeerd.
Verder concludeerde het Hof dat belanghebbende onvoldoende bewijs leverde voor een lagere waarde dan de door deskundigen vastgestelde € 200.000. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel werd verworpen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.