ECLI:NL:HR:1996:AA1814
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Wildeboer
- raadsheer Urlings
- raadsheer Herrmann
- raadsheer Fleers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over toepassing gereduceerd tarief Meststoffenwet
Belanghebbenden, houders van pluimvee met 23 hectare landbouwgrond, kregen voor 1987 een naheffingsaanslag opgelegd op grond van de Meststoffenwet. De aanslag betrof de overschotheffing zonder toepassing van een verhoging. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag, maar het hof vernietigde deze uitspraak en de naheffingsaanslag.
In cassatie stelde de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij beroep in tegen het arrest van het hof. De Advocaat-Generaal adviseerde vernietiging van het hofarrest en bevestiging van de Inspecteur. De kern van het geschil betrof de uitleg van het begrip "afgevoerde droge pluimveemest" in de Regeling differentiatie overschotheffing II.
Het hof had geoordeeld dat ook droge pluimveemest die rechtmatig op eigen grond werd gebruikt onder dit begrip viel, maar de Hoge Raad oordeelde dat dit niet strookt met de tekst en toelichting van de regeling. Alleen mest die van het bedrijf naar elders is vervoerd valt onder "afgevoerde droge pluimveemest". De Hoge Raad vernietigde daarom het hofarrest en bevestigde de uitspraak van de Inspecteur.
De Hoge Raad wees proceskostenveroordeling af en bepaalde dat een griffierechtbedrag aan de Inspecteur wordt terugbetaald. Het arrest werd op 24 april 1996 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en bevestigt de uitspraak van de Inspecteur inzake de naheffingsaanslag Meststoffenwet.