ECLI:NL:PHR:1998:AA2475
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak over forfaitaire berekening tariefkorting overschotheffing fosfaat
Belanghebbende, een pluimveehouder, kreeg een naheffingsaanslag overschotheffing fosfaat opgelegd over 1991, berekend op basis van forfaitaire fosfaatproductie en mestafvoer. Hij betwistte de berekeningswijze van de tariefkorting, stellende dat hij alle geproduceerde mest had afgevoerd en dat de korting op basis daarvan anders berekend moest worden.
Het hof verwierp deze stelling en volgde de forfaitaire berekening van de inspecteur, verwijzend naar eerdere arresten van de Hoge Raad. De Hoge Raad oordeelt echter dat het hof ten onrechte niet heeft onderzocht of belanghebbende aannemelijk heeft gemaakt dat hij alle mest heeft afgevoerd, en dat het hof een onjuiste rechtsopvatting hanteerde door te veronderstellen dat bewijs alleen met afleveringsbewijzen geleverd kan worden.
De Hoge Raad benadrukt dat in 1991 geen wettelijke verplichting bestond om bewijs van mestafvoer uitsluitend met afleveringsbewijzen te leveren, en dat het afvoerforfait gebaseerd is op de Wet bodembescherming en niet op de Meststoffenwet. Dit leidt tot vernietiging van het arrest en verwijzing naar het hof voor nadere beoordeling van de bewijsvoering en beslissing.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het hof voor nadere beoordeling van de bewijsvoering omtrent de mestafvoer en tariefkorting.