ECLI:NL:HR:1996:AA1837
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- De Moor
- Van Brunschot
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof inzake teruggaaf bij invoer geheven omzetbelasting en verwijst zaak
Belanghebbende deed op 21 december 1989 en 2 februari 1990 aangifte ten invoer van authentieke archeologische voorwerpen uit Costa Rica. De goederen waren ingedeeld onder goederencode 9705 0000 000 900 met een invoerrechtentarief van 0%. Belanghebbende betaalde op 28 februari 1990 een bedrag van ƒ 15.993,30 aan omzetbelasting bij invoer. Op 21 september 1990 verzocht hij om teruggaaf van deze belasting, welke door de Inspecteur op 25 maart 1991 werd geweigerd. Het bezwaar van belanghebbende werd eveneens afgewezen en het Hof Amsterdam bevestigde deze beslissing.
De Hoge Raad oordeelde dat artikel 22, lid 4, van de Wet op de omzetbelasting 1968 niet van toepassing was omdat belanghebbende geen belang had bij behandeling door de Tariefcommissie gezien het 0%-tarief op invoerrechten. Het middel van cassatie dat dit betwistte, werd verworpen. Echter stelde de Hoge Raad vast dat het Hof zich niet had uitgelaten over de toepassing van artikel 34 van Pro de Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968, dat bepaalde dat sommige ingevoerde zaken onder een verlaagd tarief vielen.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest van het Hof Amsterdam en verwees de zaak naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling en beslissing in meervoudige kamer, met inachtneming van het arrest. De Hoge Raad wees geen proceskosten toe.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof Amsterdam en verwijst de zaak naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling.