ECLI:NL:HR:1996:AA1930
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- Van der Putt-Lauwers
- Van Brunschot
- Rechtspraak.nl
Vennootschapsbelasting 1987: waardering en aftrek agio op verstrekte leningen
Belanghebbende, een coöperatieve vereniging, verstrekte in 1987 geldleningen aan de N-bank N.V. met een nominale waarde van ƒ 10.000.000,- en een rentepercentage van 12,5%, wat 4 à 6 procentpunten boven de marktrente lag. Hierdoor ontstond een agio van ƒ 17.527.283,-, dat belanghebbende ten laste van de winst bracht. De Inspecteur legde een navorderingsaanslag op, die door het Hof werd verminderd maar waarbij het kwijtscheldingsbesluit werd vernietigd.
In cassatie stond centraal of het bedrag van het agio ten laste van de winst mocht worden gebracht. De Hoge Raad oordeelde dat het agio niet als verlies in één keer ten laste van de winst mag worden gebracht, omdat het een vergoeding vormt voor toekomstige rentebaten. Het Hof had echter ten onrechte het door belanghebbende voorgestelde stelsel van activering en afschrijving van het agio verworpen. Daarom werd het arrest vernietigd en verwezen naar het Hof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling.
De Hoge Raad benadrukte dat goed koopmansgebruik vereist dat verliezen en winsten in het juiste jaar worden verantwoord en dat een stelsel van activering en afschrijving van het agio passend kan zijn. Tevens werd de Staatssecretaris van Financiën veroordeeld in de proceskosten en werd het griffierecht aan belanghebbende vergoed.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak terug voor nadere behandeling met inachtneming van het arrest.