ECLI:NL:HR:1996:AA1939
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Urlings
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer Fleers
- raadsheer Pos
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt belastingaanslag inkomstenbelasting 1991 ondanks beroep op WUBO-uitkering
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1991 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd op een belastbaar inkomen van ƒ 84.557,--. Na bezwaar werd deze aanslag gehandhaafd. Belanghebbende ging in beroep bij het Hof te 's-Gravenhage, dat de aanslag bevestigde. Vervolgens stelde belanghebbende beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelde dat de volgens artikel 19 van Pro de Wet uitkeringen burgeroorlogsslachtoffers 1940-1945 toegekende maandelijkse uitkering een periodieke uitkering van publiekrechtelijke aard is zoals bedoeld in artikel 30 van Pro de Wet op de inkomstenbelasting 1964. Hierdoor is artikel 25 lid 1 letter Pro g niet van toepassing. Het Hof had dit terecht vastgesteld, waardoor het eerste middel faalt.
Het tweede middel, gericht tegen de verbindendheid van artikel 11 lid 1 letter Pro q van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965, werd eveneens verworpen omdat ook bij onverbindendheid van die bepaling de uitkering op grond van artikel 30 van Pro de Wet tot het belastbare inkomen behoort.
Ten slotte oordeelde de Hoge Raad dat er geen gronden waren voor een veroordeling in proceskosten conform artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken. Het beroep in cassatie werd derhalve verworpen en het arrest werd op 12 juni 1996 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de aanslag inkomstenbelasting 1991 inclusief de WUBO-uitkering als belastbaar inkomen.