ECLI:NL:PHR:2007:AY9929
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt aftrekbaarheid advocaatkosten bij periodieke uitkeringen WUV en WUBO
Belanghebbende ontving uitkeringen op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (WUV) en de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (WUBO). Zij bracht in haar aangifte inkomstenbelasting 2001 advocaatkosten in aftrek die zij had gemaakt voor het instandhouden en correct vaststellen van deze uitkeringen. De Inspecteur weigerde deze aftrek omdat de uitkeringen volgens hem als loon moesten worden aangemerkt, waardoor aftrek van dergelijke kosten niet mogelijk is.
Het Hof Amsterdam oordeelde dat de uitkeringen als periodieke uitkeringen van publiekrechtelijke aard moeten worden beschouwd en niet als loon, waardoor de advocaatkosten aftrekbaar zijn. Tevens stelde het Hof dat het gelijkheidsbeginsel werd geschonden door de ongelijke fiscale behandeling van vergelijkbare uitkeringen. De Staatssecretaris van Financiën stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak.
De Advocaat-Generaal concludeert dat de kwalificatie van de uitkeringen als loon voor de inkomstenbelasting niet in overeenstemming is met de doel en strekking van artikel 34 van Pro de Wet op de loonbelasting 1964. Artikel 34 en Pro het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 regelen slechts de heffing van loonbelasting ter vergemakkelijking van de inkomstenbelasting, zonder herkwalificatie van de uitkeringen tot loon. De advocaatkosten zijn daarom aftrekbaar volgens artikel 3.108 van de Wet inkomstenbelasting 2001. Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de Staatssecretaris wordt ongegrond verklaard; advocaatkosten zijn aftrekbaar bij periodieke uitkeringen WUV en WUBO.