ECLI:NL:HR:1996:AA1953
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- De Moor
- Van der Putt-Lauwers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt vernietiging naheffingsaanslag bijzondere verbruiksbelasting personenauto's
Belanghebbende kreeg over oktober 1991 een naheffingsaanslag opgelegd in de bijzondere verbruiksbelasting van personenauto's ter hoogte van ƒ 6.036,-- zonder verhoging. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag. Belanghebbende ging in beroep bij het Hof Amsterdam, dat zowel de aanslag als de uitspraak van de Inspecteur vernietigde.
De Staatssecretaris van Financiën stelde daarop cassatieberoep in tegen het vonnis van het Hof. De Hoge Raad beoordeelde het middel dat zich richtte op de uitleg van artikel 50, lid 2, aanhef en letter c, van de Wet op de omzetbelasting 1968 (tekst 1991). Het Hof had geoordeeld dat de Inspecteur ten onrechte stelde dat het artikel alleen van toepassing is indien de auto uiterlijk als politieauto kenbaar is.
De Hoge Raad oordeelde dat het oordeel van het Hof juist is en dat de tekst en geschiedenis van de wetsbepaling de stelling van de Inspecteur niet steunen. Het cassatieberoep werd derhalve verworpen. De Hoge Raad legde geen proceskostenveroordeling op en bepaalde een recht van ƒ 300,--, waarvan ƒ 150,-- nog resteerde te betalen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de vernietiging van de naheffingsaanslag.