ECLI:NL:HR:1996:AA1986
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- De Moor
- Van Brunschot
- Rechtspraak.nl
Beoordeling navordering belasting na elementennotafout in inkomstenbelasting 1989
Belanghebbende was voor het jaar 1989 aanvankelijk aangeslagen voor inkomstenbelasting op basis van een belastbaar inkomen van ƒ 275.028,--. Bij de vaststelling van de aanslag werd een fout gemaakt doordat inkomensgegevens van voorgaande jaren niet werden ingevuld op de elementennota, wat leidde tot een te laag vastgesteld bijzonder tarief en een te lage aanslag.
Na constatering van het verschil tussen het opgegeven bedrag en de aanslag, en na raadpleging van zijn gemachtigde, werd duidelijk dat de fout niet berustte op een onjuist inzicht van de Inspecteur maar op een administratieve vergissing. Het Hof bevestigde dat deze vergissing gelijkgesteld kan worden met een schrijf- of tikfout, waardoor navordering gerechtvaardigd is.
De Hoge Raad oordeelt dat het oordeel van het Hof over de aard van de fout en de kennis van belanghebbende feitelijke aard is en niet onbegrijpelijk, en verwerpt het cassatieberoep. Er worden geen proceskosten opgelegd.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de bevoegdheid tot navordering wegens een administratieve vergissing.