ECLI:NL:HR:1996:AA2017
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer C.H.M. Jansen
- raadsheer Fleers
- raadsheer Pos
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt aanslag ingezetenenomslag wegens ontbreken zelfstandige woonruimte in verzorgingstehuis
Belanghebbende werd voor het jaar 1994 aangeslagen voor de ingezetenenomslag van het waterschap Walcheren. Hij woonde in een verzorgingstehuis met een woon-slaapkamer van circa 20 m2, voorzien van toilet, douche en kitchenette zonder keuken. Het waterschap handhaafde de aanslag na bezwaar, en het Hof bevestigde dit oordeel.
In cassatie stond centraal of belanghebbende als ingezetene in de zin van artikel 117, lid 6, van de Waterschapswet kon worden aangemerkt, hetgeen vereist dat men gebruik maakt van zelfstandige woonruimte. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof ten onrechte had aangenomen dat het feitelijk wonen binnen het waterschapsgebied voldoende was. De wet stelt twee afzonderlijke eisen: inschrijving in het persoonsregister en gebruik van zelfstandige woonruimte.
De Hoge Raad verwees naar de jurisprudentie omtrent de Wet verontreiniging oppervlaktewateren, waarin zelfstandige woonruimte wordt gekenmerkt door het beschikken over wezenlijke voorzieningen zoals een keuken. Omdat belanghebbende deze zelfstandigheid ontbeerde, was hij niet omslagplichtig. De aanslag en de daarop gebaseerde uitspraken werden vernietigd.
Daarnaast werd het belang van de regeling omtrent ingezetenenomslag en de samenhang tussen belang, betaling en zeggenschap uitvoerig besproken. De Hoge Raad wees op het forfaitaire karakter van de ingezetenenomslag per woonruimte en de noodzaak van een eenduidige uitleg van het begrip woonruimte. Ten slotte werd het waterschap Walcheren veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de aanslag ingezetenenomslag omdat belanghebbende niet over zelfstandige woonruimte beschikte.