ECLI:NL:HR:1996:AA2048
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- De Moor
- Van Brunschot
- Rechtspraak.nl
Beoordeling omzetbelastingvrijstelling voor muziekleraar en dirigent
Belanghebbende, een muziekleraar met praktijkdiploma en onderwijsbevoegdheid voor hoorn, was in 1991 werkzaam bij twee muziekscholen en als dirigent bij amateurorkesten. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag omzetbelasting op, stellende dat belanghebbende als ondernemer moet worden aangemerkt en geen recht heeft op de vrijstelling voor onderwijs.
Het Gerechtshof bevestigde deze aanslag en oordeelde dat de werkzaamheden niet als het verstrekken van onderwijs in de zin van de Wet op de omzetbelasting 1968 kunnen worden beschouwd. De Hoge Raad overwoog dat het begrip 'verstrekken van onderwijs' moet worden vastgesteld aan de hand van het spraakgebruik en dat het hof geen onjuiste opvatting had gegeven.
De klachten tegen het oordeel dat belanghebbende met zijn werkzaamheden winst beoogde, werden eveneens verworpen. De Hoge Raad zag geen gronden voor een proceskostenveroordeling en verwierp het cassatieberoep, waarmee de naheffingsaanslag definitief bleef gehandhaafd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de naheffingsaanslag omzetbelasting blijft gehandhaafd.