ECLI:NL:RBBRE:2008:BD5675
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Belastingtarief voor dirigentwerkzaamheden en toepassing onderwijsvrijstelling omzetbelasting
Belanghebbende, een dirigent en componist, voerde werkzaamheden uit bestaande uit het leiden van repetities en uitvoeringen. De inspecteur legde naheffingsaanslagen omzetbelasting en een vergrijpboete op, stellende dat op de repetities het algemene tarief van toepassing is en dat de onderwijsvrijstelling niet geldt.
De rechtbank onderzocht of het leiden van repetities als onderwijs valt onder artikel 11, eerste lid, letter o, van de Wet op de omzetbelasting. Gelet op het spraakgebruik en de aard van de werkzaamheden oordeelde de rechtbank dat de repetities niet systematisch onderwijs zijn, maar gericht op een goede uitvoering van het orkest. Daarom is de onderwijsvrijstelling niet van toepassing.
Voor het leiden van uitvoeringen geldt het verlaagde tarief van 6%, aangezien belanghebbende als artiest optreedt. De rechtbank verwierp de stelling van de inspecteur dat het leiden van repetities de hoofddienst is waarin het leiden van uitvoeringen opgaat, en concludeerde dat het om zelfstandige prestaties gaat.
Ten aanzien van de vergrijpboete stelde de rechtbank vast dat belanghebbende redelijkerwijs had moeten begrijpen dat toepassing van de onderwijsvrijstelling onjuist was, waardoor sprake was van grove schuld. De boete werd daarom gehandhaafd, maar in verband met de vermindering van de naheffingsaanslag verlaagd naar €1.585.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraken op bezwaar, en bepaalde een vermindering van de naheffingsaanslag en boete. Tevens werden de proceskosten aan de inspecteur opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vermindert de naheffingsaanslag en boete, en bevestigt dat het leiden van repetities niet onder de onderwijsvrijstelling valt.