ECLI:NL:HR:1996:AA2058
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- Van der Putt-Lauwers
- Van Brunschot
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt weigering fiscale eenheid en behandelt vervangingsreserve in vennootschapsbelasting 1986
In deze zaak staat de aanslag vennootschapsbelasting 1986 van B.V. X centraal. De Inspecteur had de aanslag opgelegd en gehandhaafd na bezwaar, waarna het Gerechtshof Amsterdam de aanslag heeft verminderd. Zowel de Staatssecretaris van Financiën als B.V. X stelden cassatieberoep in tegen deze uitspraak.
De Hoge Raad beoordeelde onder meer de weigering van de Staatssecretaris om een fiscale eenheid toe te staan, omdat noch B.V. X noch haar moedermaatschappij de vereiste aangiften hadden ingediend, waardoor onvoldoende gegevens beschikbaar waren. Het hof oordeelde terecht dat dit geen willekeurige of onredelijke belastingheffing betrof en dat bezwaar tegen de weigering van een fiscale eenheid niet mogelijk is.
Daarnaast werd de behandeling van de vervangingsreserve besproken. De Inspecteur had de vervangingsreserve ten gunste van de winst opgeheven, maar het hof stelde vast dat een deel van de herwaarderingswinst een commerciële herwaardering betrof en niet tot de fiscale vervangingsreserve behoorde. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het middel van de Staatssecretaris dat stelde dat de leer van balanscontinuïteit een andere fiscale behandeling zou rechtvaardigen.
De Hoge Raad verwierp beide cassatieberoepen en veroordeelde de Staatssecretaris in de proceskosten. Hiermee werd de uitspraak van het hof bevestigd en de aanslag vastgesteld zoals door de Inspecteur opgelegd.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp de cassatieberoepen en bevestigde de aanslag vennootschapsbelasting 1986 zoals vastgesteld door de Inspecteur.