ECLI:NL:HR:1996:ZC2123
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Haak
- raadsheer Davids
- raadsheer Neleman
- raadsheer Herrmann
- raadsheer Koster
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep tegen voorlopige machtiging opname psychiatrisch ziekenhuis
De Officier van Justitie heeft bij de Rechtbank Dordrecht een voorlopige machtiging gevraagd om verzoeker op te nemen en te laten verblijven in een psychiatrisch ziekenhuis. De rechtbank verleende deze machtiging voor zes maanden na het horen van verzoeker, diens advocaat, een wijkagent en de ouders van verzoeker.
Verzoeker stelde in het verhoor dat de rechtbank niet bevoegd was omdat zijn woonplaats Rotterdam is, terwijl de rechtbank Dordrecht zich bevoegd had verklaard. Dit betoog werd door de rechtbank verworpen. Verzoeker stelde beroep in cassatie tegen deze beschikking.
De Advocaat-Generaal adviseerde verzoeker niet-ontvankelijk te verklaren. De Hoge Raad oordeelde dat op grond van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wet Bopz) en de toepasselijke procesregels de beslissing van de rechtbank om zich relatief bevoegd te verklaren niet aan een hogere voorziening is onderworpen. Daarom is het cassatieberoep niet ontvankelijk.
De Hoge Raad verklaarde verzoeker niet-ontvankelijk in zijn beroep en bevestigde daarmee de geldigheid van de voorlopige machtiging en de relatieve bevoegdheid van de rechtbank Dordrecht.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het cassatieberoep tegen de voorlopige machtiging.