Uitspraak
20 september 1996.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze zaak heeft de Octrooibureau Zuid een verzoek ingediend om verzoeker in staat van faillissement te verklaren. De rechtbank wees het verzoek aanvankelijk af, maar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch vernietigde deze beschikking en verklaarde verzoeker alsnog failliet. Verzoeker stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen dit arrest.
De Hoge Raad overwoog dat op grond van artikel 611e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering verbeurde dwangsommen niet in het faillissementspassief worden toegelaten. Dit betekent dat een faillissementsaanvraag niet uitsluitend op een vordering wegens verbeurde dwangsommen kan worden gebaseerd. Echter, een dergelijke vordering kan wel naast andere vorderingen worden gebruikt om aan te tonen dat de schuldenaar is opgehouden te betalen. Ook kan een dergelijke vordering van derden als steunvordering worden ingezet.
Verder verwierp de Hoge Raad het verweer dat de vordering van een voormalige advocaat van verzoeker niet als steunvordering kon gelden omdat deze niet was begroot volgens de Wet tarieven in burgerlijke zaken en zonder overleg met de Deken was ingediend. De Hoge Raad stelde dat deze vereisten niet gelden voor steunvorderingen die door derden worden ingebracht.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee het arrest van het Hof, waarmee verzoeker failliet werd verklaard.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde het faillissement van verzoeker.