ECLI:NL:HR:1997:AA2081
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Urlings
- raadsheer Fleers
- raadsheer Pos
- raadsheer Beukenhorst
- Rechtspraak.nl
Verwerping beroep in cassatie inzake toepassing 35%-regeling bij inkomstenbelasting 1990
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1990 een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd op basis van een belastbaar inkomen van ƒ 211.611,--. Na bezwaar werd de aanslag gehandhaafd en bevestigde het Gerechtshof te 's-Gravenhage deze uitspraak. Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De kern van het geschil betrof de toepassing van de zogenoemde 35%-regeling, een bijzondere aftrekregeling voor werknemers die vanuit het buitenland in Nederland komen werken. Hoewel belanghebbende aan de materiële voorwaarden voldeed, had hij niet binnen de gestelde termijn van vier maanden na aankomst in Nederland (1 december 1989) het verzoek tot toepassing van de regeling ingediend. Hierdoor werd de aftrek pas verleend vanaf december 1992, en niet voor het jaar 1990.
Belanghebbende stelde dat het niet verlenen van de aftrek met ingang van zijn aankomstdatum in strijd was met het gelijkheidsbeginsel zoals bedoeld in artikel 26 van Pro het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (IVBPR). De Hoge Raad oordeelde echter dat de ongelijke behandeling niet voortkomt uit de regeling zelf, maar uit het niet voldoen aan de gestelde voorwaarde van tijdige aanvraag. Hierdoor kan belanghebbende niet gelijk worden gesteld met werknemers die wel tijdig een verzoek indienden.
De Hoge Raad verwierp het beroep en vond geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten. Het arrest werd op 7 mei 1997 vastgesteld en in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt verworpen wegens niet tijdig indienen van het verzoek tot toepassing van de 35%-regeling.