ECLI:NL:HR:1997:AA2088
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- De Moor
- Van der Putt-Lauwers
- Meij
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt naheffingsaanslag omzetbelasting voor tv-optredens schrijver
Belanghebbende, een besloten vennootschap die de schrijfster vertegenwoordigt, kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over de periode 1987-1990. Deze aanslag werd verminderd door de inspecteur, maar het Gerechtshof Amsterdam vernietigde de aanslag en de uitspraak van de inspecteur, oordelend dat de vergoedingen voor medewerking aan literaire televisieprogramma's onder de vrijstelling voor schrijvers vielen.
De Staatssecretaris van Financiën stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad overwoog dat de medewerking aan het televisieprogramma wezenlijk andere diensten betreft dan het verrichten van schrijfactiviteiten en dat de vrijstelling van artikel 11, lid 1, letter q, Wet op de omzetbelasting 1968, alleen ziet op diensten die betrekking hebben op het schriftelijk verspreiden van gedachteninhoud.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en bevestigde de naheffingsaanslag van de inspecteur, waarmee werd vastgesteld dat de vergoedingen voor de tv-optredens niet vrijgesteld waren van omzetbelasting. De Hoge Raad zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en sprak het arrest uit op 26 februari 1997.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de naheffingsaanslag omzetbelasting voor de vergoedingen aan de schrijfster voor haar medewerking aan televisieprogramma's.