ECLI:NL:GHLEE:2011:BT2425
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag omzetbelasting voor voordrachten bij uitvaarten
Belanghebbende, die voordrachten bij uitvaarten verzorgt, kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over het eerste kwartaal van 2009. Zij voerde aan dat haar diensten onder de vrijstelling voor lijkbezorgers of schrijvers vielen en beriep zich tevens op het fiscale neutraliteitsbeginsel. De rechtbank wees het beroep af, waarna belanghebbende hoger beroep instelde bij het Gerechtshof Leeuwarden.
Het hof stelde vast dat belanghebbendes dienstverlening uit verschillende elementen bestond, zoals gesprekken met nabestaanden, het schrijven van een necrologie en het houden van de voordracht. Vanuit het perspectief van de modale consument betreft dit één samengestelde prestatie, namelijk het houden van een voordracht bij een uitvaart.
De vrijstelling voor diensten van lijkbezorgers is beperkt tot diensten die hoofdzakelijk en gewoonlijk door lijkbezorgers worden verricht en die kenmerkend en essentieel zijn, zoals verzorging van het lichaam en uitvaartplechtigheid. Het opstellen en voordragen van een necrologie valt hier niet onder. Ook het beroep op het fiscale neutraliteitsbeginsel faalde omdat de diensten van belanghebbende niet vergelijkbaar zijn met die van uitvaartverzorgers.
Daarnaast werd het beroep op de schrijversvrijstelling verworpen omdat belanghebbendes necrologie niet schriftelijk aan het publiek wordt verspreid, maar slechts aan een beperkte kring van nabestaanden. Het hof verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de naheffingsaanslag. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de naheffingsaanslag omzetbelasting en wijst het hoger beroep van belanghebbende af.