ECLI:NL:HR:1997:AA2120
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Bellaart
- Van der Putt-Lauwers
- Van Brunschot
- Meij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging navorderingsaanslag wegens ambtelijk verzuim bij ontbinding vennootschap onder firma
Belanghebbende dreef in 1991 tot 7 november een grafisch servicebureau in de vorm van een vennootschap onder firma (v.o.f.) samen met een vennoot. Na het uittreden van deze vennoot werd de onderneming voortgezet als eenmanszaak. De primitieve aanslag inkomstenbelasting over 1991 werd vastgesteld op nihil, zonder nader onderzoek.
De Inspecteur legde later een navorderingsaanslag op, waarbij het belastbaar inkomen werd verhoogd met een bedrag van ƒ 23.908,--, gebaseerd op een toebetaling door de uittredende vennoot en de vermeende winst die daaruit voortvloeide. Het Hof bevestigde deze navorderingsaanslag, waarbij het oordeel was dat geen sprake was van ambtelijk verzuim.
De Hoge Raad oordeelt echter dat de Inspecteur bij het vaststellen van de primitieve aanslag had moeten onderzoeken dat het ondernemingsvermogen per 1 november 1991 was toegenomen zonder dat sprake was van herwaardering of nieuwe inbreng. Het niet instellen van dit onderzoek vormt een ambtelijk verzuim dat navordering in de weg staat. De navorderingsaanslag wordt vernietigd en de proceskosten worden aan belanghebbende toegekend.
Uitkomst: De navorderingsaanslag wordt vernietigd wegens ambtelijk verzuim van de Inspecteur.