ECLI:NL:HR:1997:AA2157
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Van der Putt-Lauwers
- Van Brunschot
- Meij
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid temporisering investeringsbijdragen in vennootschapsbelasting 1990
X B.V. was het niet eens met de aanslag vennootschapsbelasting 1990, waarin investeringsbijdragen werden getemporiseerd op grond van de Wet temporisering investeringsbijdragen. Na bezwaar en beroep bij het Hof Amsterdam werd de aanslag gehandhaafd. X B.V. stelde in cassatie dat artikel 6 van Pro de Wet in strijd was met artikel 26 van Pro het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR) vanwege willekeurige keuze van de peildatum 1 mei 1990, wat zou leiden tot ongelijkheid.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het Hof dat de wetgever een redelijke en niet-willekeurige keuze had gemaakt, waarbij investeringsbijdragen die vóór 1 mei 1990 waren aangemeld, ongetemporiseerd konden worden genoten. De gekozen datum vloeit voort uit de wens om fictieve voorlopige aanslagen gelijk te behandelen aan voorlopige aanslagen en houdt rekening met verwerkingstermijnen bij de Belastingdienst.
Daarnaast oordeelde de Hoge Raad dat geen schending van artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM was, omdat de toekenning van investeringsbijdragen nauw verweven is met belastingheffing en geen EVRM-rechten werden geschonden. De Hoge Raad wees het cassatieberoep af en veroordeelde X B.V. niet in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de rechtmatigheid van de temporisering van investeringsbijdragen in de vennootschapsbelasting 1990.